OCW Beleidsnieuws week 5 & 6

Zes-puntenplan Stichting van het Onderwijs
De sociale partners binnen de Stichting van het Onderwijs roepen in een zes-puntenplan het nieuw te vormen kabinet op sectoroverstijgende maatregelen en investeringen en tot meer ruimte. Dat betekent concreet geen versnippering van beleid en middelen in kleinschalige beleidsmaatregelen en doelsubsidies, maar een generieke stimuleringsmaatregel die door het onderwijs in overleg met de minister en partners samen wordt vormgegeven. De Stichting van het Onderwijs roept op te investeren in onderstaande zes punten:

  1. Vroeg beginnen
  2. Flexibiliteit voor meer samenwerking
  3. Leven lang ontwikkelen
  4. Aantrekkelijkheid van werken in het onderwijs
  5. Samenwerking met lerarenopleidingen
  6. Vertrouwen en een brede verantwoordingsmethodiek


In het zes-puntenplan worden deze onderdelen verder uitgewerkt.

Kamerbrief over onbevoegd lesgeven in het voortgezet onderwijs
Op de peildatum 1 oktober 2015 werd 5,1% van de lessen in het voortgezet onderwijs verzorgd door onbevoegde docenten. Een jaar daarvoor bedroeg dat nog 5,6%. Dit schrijft staatssecretaris Dekker (OCW) in een brief aan de Tweede Kamer over nieuwe bevoegdheidscijfers in het voortgezet onderwijs. Het streven is dat dit jaar alle lessen door bevoegde of benoemdebare docenten wordt gegeven. Of dat zal lukken, moet blijken in 2019, als de cijfers over 2017 beschikbaar zijn.

In de komende tijd wordt verder uitvoering gegeven aan de acties uit het plan van aanpak gericht op het tegengaan van onbevoegd lesgeven in het voortgezet onderwijs. In dat kader doet de Inspectie van het Onderwijs tot de zomer van 2017 onderzoek bij 200 afdelingen op scholen en treedt op tegen overtredingen, bijvoorbeeld als een leraar lesgeeft zonder enige bevoegdheid of als een leraar niet in opleiding is terwijl dat wel zou moeten. Bevoegdheid is een onderdeel van basiskwaliteit in het nieuwe onderzoekskader van de inspectie, dat ingaat op 1 augustus 2017.

Schoolbesturen en lerarenopleidingen krijgen op hen toegesneden cijfers over bevoegdheid, zodat transparantie ontstaat over wie in opleiding moet. Voion organiseert voor scholen en lerarenopleidingen regionale matchingsbijeenkomsten. Scholen en lerarenopleidingen kunnen daar met elkaar in gesprek over wat nodig en mogelijk is om ervoor te zorgen dat leraren bevoegd worden. Via de lerarenbeurs, de zij-instroomregeling en een nog verder uit te werken subsidiekader wordt de financiële drempel verlaagd om in opleiding te gaan.

Ontwikkelingen zoals meer vakoverstijgende leerinhouden, het werken in teams en de groepsdocent in het vmbo hebben mogelijk gevolgen voor het bevoegdhedenstelsel voortgezet onderwijs. Daarom heeft staatssecretaris Dekker, met steun van de landelijke koepelorganisaties van leraren, schoolbesturen en lerarenopleidingen, opdracht gegeven tot een toekomstverkenning naar het bevoegdhedenstelsel in het voortgezet onderwijs.

Kamerbrief over versterking burgerschapsonderwijs
De Inspectie van het Onderwijs heeft in schooljaar 2015-2016 onderzoek gedaan naar  burgerschapsonderwijs in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Uit het onderzoek blijkt dat alle onderzochte scholen voldoen aan de wettelijke opdracht om burgerschapsonderwijs te geven. Desondanks is de inspectie kritisch over de kwaliteit van het aanbod op de meeste scholen. Het sluit niet aan bij de maatschappelijke verwachtingen en de invulling is afhankelijk van de uitwerking die een individuele docent eraan geeft. Vaak is niet geformuleerd welke doelen de school wil bereiken met burgerschapsonderwijs. Doordat het onderwijs weinig planmatig is ingericht, ontbreekt de samenhang tussen wat er in verschillende vakken of opleidingsonderdelen en in opeenvolgende jaren gebeurt. De pedagogische en didactische keuzes van een school worden vaak niet verbonden aan burgerschapsonderwijs. De opbrengsten van het burgerschapsonderwijs zijn nauwelijks in beeld. Daardoor blijven kansen om het te verbeteren onbenut.

Om het burgerschapsonderwijs in het primair en voortgezet onderwijs  te verbeteren, wil de staatssecretaris de deugdelijkheidseis voor burgerschap verduidelijken. Daarnaast zal in het kader van de herijking van het curriculum burgerschap een belangrijke plek krijgen.  Om instellingen in het middelbaar beroepsonderwijs te ondersteunen bij curriculumontwikkeling, kwaliteitsborging en professionalisering voor burgerschapsonderwijs, neemt de minister een aantal maatregelen. Ze stelt samen met de MBO Raad een burgerschapsagenda op met bindende afspraken over verdere curriculumontwikkeling, kwaliteitsborging en docentprofessionalisering. Het doel is te komen tot een breed gedragen basisvisie, die voor de scholen als uitgangspunt dient om voor de eigen studenten passende onderwijsactiviteiten te organiseren. Na de totstandkoming van de burgerschapsagenda zal de minister scholen faciliteren bij het uitvoeren van de afspraken door extra financiële ondersteuning voor het Netwerk Burgerschap. Het Netwerk en de MBO Raad zullen scholen voor een groot deel ondersteunen bij de uitvoering van de burgerschapsagenda.

Kamerbrief over inschrijvingen in het hoger onderwijs in 2016
De instroom van eerstejaars in het hoger beroepsonderwijs is toegenomen ten opzichte van vorig jaar. Schreven in 2015 circa 94.000 eerstejaars zich in aan een voltijd bacheloropleiding, in 2016 waren dat er bijna 99.000, circa 5000 meer. Ook de instroom in de deeltijdopleidingen (+5%) en de Ad-programma’s (+23%) nam toe. De toename betreft zowel het aantal havisten (+8%) als het aantal mbo’ers (+6%). Dit schrijft minister Bussemaker aan de Kamer. Ook in het wetenschappelijk onderwijs is het aantal inschrijvingen gestegen. In 2015 begonnen bijna 44.000 eerstejaars aan hun bachelor, in 2016 waren dat  er meer dan 47.000, een stijging van bijna 8%. Deze stijging is zowel toe te schrijven aan de groei van het aantal internationale studenten (+27%), als aan een groeiende instroom van vwo’ers (+5%). Ruim 42.000 studenten begonnen in 2016 aan de masterfase. Dit is een lichte toename ten opzichte van vorig jaar (+2%).

Kamerbrief over brede brugklassen in het voortgezet onderwijs
Om te bevorderen dat er lokaal of regionaal afspraken worden gemaakt over een lokaal of regionaal dekkend aanbod van voldoende heterogene brugklassen in het voortgezet onderwijs, willen de bewindslieden van OCW dat er (bestuurlijke) afspraken tussen scholen voor voortgezet onderwijs worden gemaakt, waarbij de regionale plannen onderwijsvoorzieningen (RPO’s) worden betrokken. Het maken van deze afspraken zullen ze betrekken in de regioaanpak van de Gelijke Kansen Alliantie, waarin ze met de 39 RMC-regio’s tot gezamenlijke agenda’s komen voor het bevorderen van gelijke kansen. De gesprekken hierover zullen uiterlijk aan het eind van dit jaar in al deze regio’s gevoerd zijn. Daarnaast heeft de VO-raad de intentie uitgesproken dat haar leden zullen zorgen voor een toereikend aanbod in de regio, zodat elke leerling het onderwijs krijgt dat bij hem of haar past.

Nieuwsbericht over snel internet voor scholen
Meer dan 800 scholen voor primair en voortgezet onderwijs die geen of slecht internet hebben, kunnen met hulp van de overheid een snelle verbinding aan gaan laten leggen. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) en minister Kamp (Economische Zaken) trekken samen 5,5 miljoen euro uit om de scholen te helpen. Scholen kunnen de helft van de aansluitkosten vergoed krijgen. De regeling, die loopt tot en met 2019, kan dit jaar al gebruikt worden.

Snel internet voor scholen maakt deel uit van het Doorbraakproject ICT, waarin de twee ministeries samenwerken met de PO-Raad en de VO-raad. Doel van dat project is om scholen in staat te stellen meer te profiteren van de voordelen van digitale leermiddelen en hun leerlingen voor te bereiden op een steeds meer digitaliserende samenleving. Het Doorbraakproject heeft inmiddels een leergang ‘Slimmer leren met ICT’ gemaakt voor bestuurders, schoolleiders en ICT-coördinatoren. Daarnaast is er een leerlijn programmeren ontwikkeld en binnenkort verschijnt een dashboard voor leraren, waarmee de voortgang van leerlingen over verschillende leermiddelen heen te volgen is.

Nieuwsbericht over tegengaan thuiszitten in de G4
De vier grote steden (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht) en acht samenwerkingsverbanden hebben afspraken gemaakt om het aantal thuiszitters fors te laten dalen. Ze gaan onder meer regelen dat jongeren die thuiszitten sneller hulp krijgen vanuit de zorg, dat leerlingenvervoer geen probleem meer vormt als er een onderwijsplek is gevonden en dat alles op alles wordt gezet qua preventie. De afspraken zijn een regionale uitwerking van het landelijke Thuiszitterspact, dat vorig jaar werd gesloten door staatssecretarissen Dekker (Onderwijs) en Van Rijn (Volksgezondheid) om er samen met het ministerie van Veiligheid en Justitie, gemeenten, samenwerkingsverbanden en scholen voor te zorgen dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuis zit zonder een passend onderwijsaanbod.

Er zijn concrete doelen afgesproken. Zo moet het aantal thuiszitters jaarlijks met minimaal 25 procent dalen. Het aantal leerlingen dat is vrijgesteld van onderwijs, omdat ze lichamelijke of psychische problemen hebben, moet jaarlijks met 10 procent dalen. Als de juiste zorg snel beschikbaar is, kunnen vrijstellingen voorkomen worden. Daardoor kunnen kinderen, met wat hulp, gewoon naar school met hun eigen vriendjes en vriendinnetjes. Daarnaast gaat preventie een belangrijkere rol spelen. Op scholen gaan jeugdhulpteams in beeld brengen welke leerlingen kans hebben om uit te vallen. Leerplichtambtenaren gaan regelmatig overleggen met jeugdartsen en ook langdurig ziekteverzuim moet voortaan gemeld worden bij het samenwerkingsverband.

Ook de inkoop van jeugdhulp zal vanaf nu samen met het samenwerkingsverband worden bepaald, zodat het past bij wat de thuiszitters nodig hebben. Vaak is een wachtlijst voor psychische hulp voor tieners reden om niet naar school te gaan.

VTOI, Röntgenlaan 19, 2719 DX Zoetermeer
Postbus 275, 2700 AG Zoetermeer
Telefoonummer: 079-3638104
E-mailadres: bureau@vtoi.nl