OCW Beleidsnieuws week 23 t/m 29

Wetsvoorstellen aangenomen door de Eerste Kamer
De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met maatregelen voor een toekomstbestendig onderwijsaanbod in het basisonderwijs. Hierdoor wordt het gemakkelijker om scholen om te zetten, uit te breiden met een richting of te verplaatsen zodat schoolbesturen een toekomstbestendig onderwijsaanbod kunnen realiseren om leerlingendalingen op te vangen. Ook wordt het mogelijk om een nevenvestiging in stand te houden met een andere richting dan de hoofdvestiging van de school en om een splitsing van de gemeentelijke opheffingsnorm eerder in te laten gaan. De termijn voor het melden van de vrijwillige opheffing van een openbare school wordt versoepeld. Ten slotte wordt het verplicht de achterban te raadplegen voorafgaand aan sluiting of fusie van een school.

Ook stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel Samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool. Een samenwerkingsschool is een fusieschool waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. Met de aanvaarding van dit wetsvoorstel worden de mogelijkheden verruimd om een samenwerkingsschool tot stand te brengen, door de vereenvoudiging van de bestuurlijke vormgeving. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de maatschappelijke behoefte aan samenwerkingsscholen in dunbevolkte gebieden met dalende leerlingenaantallen. Verder wordt de fusietoets voor fusies die leiden tot de vorming van een samenwerkingsschool of een samenwerkingsbestuur afgeschaft en zal het openbare karakter en de bijzondere identiteit van de samenwerkingsschool vooral gewaarborgd gaan worden via een identiteitscommissie op schoolniveau. Ten slotte regelt het wetsvoorstel dat een samenwerkingsschool in stand kan worden gehouden door een stichting voor openbaar onderwijs.

Versterken medezeggenschap in het funderend onderwijs
De regering zet het wetsvoorstel dat erop is gericht het bestaande adviesrecht op de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid van de medezeggenschapsraad te vervangen door een instemmingsrecht, op dit moment niet door. De regering volgt hierin de Raad van State, die heeft geconcludeerd dat het voorstel prematuur is. Er wordt in het najaar eerst een veldconsultatie uitgevoerd naar de werking van het voorgestelde instemmingsrecht en van het huidige adviesrecht. Als daaruit blijkt dat het instemmingsrecht een noodzakelijk en geschikt instrument is om de financiële checks en balances in het kader van de lumpsumsystematiek en de vereenvoudiging van de bekostiging in het funderend onderwijs te versterken, zal een nieuw wetsvoorstel worden overwogen.

Vervolgproces curriculumherziening
Staatssecretaris Dekker (OCW)neemt op onderdelen afstand van het advies van het Platform Onderwijs 2032. In het vervolgproces van de curriculumherziening in het funderend onderwijs wordt niet langer uitgegaan van kennisdomeinen en blijft de eigenheid en positie van de vakken in het voortgezet onderwijs behouden. Ook komen er geen ontwikkelteams voor persoonsvorming en vakoverstijgende vaardigheden. Onder de naam Curriculum.nu gaan ontwikkelteams en -scholen met de ontwikkeling van bouwstenen de basis leggen voor geactualiseerde kerndoelen en eindtermen. De ontwikkelfase gaat in de zomer van 2017 van start. Op tussentijdse feedbackmomenten wordt input geleverd op de tussenproducten van de ontwikkelteams door vakverenigingen en vervolgonderwijs en door andere betrokkenen, zoals leerlingen, ouders en bedrijfsleven. De ontwikkelteams en ontwikkelscholen beginnen, na de werving en selectie, in februari 2018. De ontwikkelfase zal tot eind 2018 duren. De Coördinatiegroep zal een open en transparante selectieprocedure openstellen waaraan leraren en schoolleiders kunnen deelnemen. Schoolbesturen van aan de ontwikkelteams deelnemende leraren en schoolleiders zullen worden gecompenseerd voor de vervangingskosten.

Kwaliteitsborging van bestuur en intern toezicht
Op het gebied van professionalisering van bestuur en intern toezicht is een duidelijke beweging zichtbaar in de onderwijssectoren, maar op het gebied van transparantie en verantwoording vindt de minister dat de ontwikkeling niet snel genoeg gaat. Zo maakt nog steeds een te groot deel van de onderwijsinstellingen in het primair en voortgezet onderwijs zijn jaarverslag niet actief openbaar ondanks afspraken hierover in de governancecodes. Dit schrijft de minister in een Kamerbrief over kwaliteitsborging van bestuur en intern toezicht. Er is behoefte aan meer zicht op de uitgaven die gedaan worden door schoolbesturen en de onderliggende keuzes die daarbij gemaakt worden. In overleg met de sectorraden onderzoekt de minister daarom hoe meer inhoudelijke eisen aan het bestuursverslag gesteld kunnen worden. Per schoolbestuur kan bijvoorbeeld gevraagd worden om in het bestuursverslag een koppeling te maken met de eigen schoolplannen en toe te lichten hoe de eigen ambities en prestaties zich verhouden tot bepaalde nationale doelstellingen.

Verkenning Onderwijsraad over de leerling centraal
De Onderwijsraad heeft op verzoek van het ministerie van OCW een verkenning uitgebracht over de vraag wat het betekent om de leerling meer centraal te stellen in het onderwijs en waar deze ambitie grenzen ontmoet. De raad stelt vast dat achter de notie van de leerling centraal een verscheidenheid aan betekenissen en bedoelingen schuil gaat. Of het wenselijk is de leerling meer centraal te stellen hangt volgens de raad af van wat ermee wordt bedoeld en beoogd. Het is volgens de raad van belang bij besluitvorming over onderwijs steeds goed in de gaten te houden vanuit welk perspectief, met welke betekenis en met welk oogmerk het idee van de leerling centraal wordt gebruikt.

De raad benadrukt dat het onderwijs zowel individuele als publieke belangen dient. Individuele leerlingen en hun ouders hebben er belang bij dat onderwijs zo goed mogelijk aansluit bij hun behoeften. Vanuit dat perspectief zijn er argumenten om het onderwijs in te richten op basis van de wensen van leerlingen en hun ouders en van de groepen en gemeenschappen waar zij deel van uitmaken. Onderwijs heeft echter ook een verantwoordelijkheid ten aanzien van de samenleving als geheel: het maatschappelijk en publieke belang van onderwijs. Het gaat dan bijvoorbeeld om sociale samenhang, algemeen welzijn en economische groei en welvaart. Dit belang stelt volgens de raad grenzen aan een exclusieve gerichtheid op wat leerlingen en hun ouders van het onderwijs kunnen verlangen. De raad vindt dat waar het maatschappelijk belang en het individuele belang botsen, het maatschappelijk belang van onderwijs het zwaarst moet wegen.

Elfde voortgangsrapportage passend onderwijs
Passend onderwijs is drie jaar geleden ingevoerd en daarmee halverwege de implementatieperiode. In de elfde voortgangsrapportage concludeert staatssecretaris Dekker (OCW) dat het stelsel in de huidige vorm werkt en dat er geen grote nadere stelselwijzigingen nodig zijn. De invoering van passend onderwijs heeft veel nieuwe ontwikkelingen in gang gezet. Er wordt steeds meer samengewerkt tussen regulier en speciaal onderwijs en meer leerlingen kunnen in het reguliere onderwijs terecht met een passend aanbod. Scholen zijn intensiever op zoek naar hoe zij een passend aanbod kunnen bieden voor elke leerling. Samenwerkingsverbanden en gemeenten zijn actief bezig om te kijken hoe zij ook voor thuiszitters onderwijs kunnen organiseren.

Op de zaken die nog niet soepel lopen, gaat de staatssecretaris extra inzetten. Zo komt er regelgeving om de mogelijkheden voor maatwerk uit te breiden. De ervaren bureaucratie moet omlaag. De operatie Regels ruimen wordt daarom uitgebreid naar de samenwerkingsverbanden. Ook op het oplossen van de knelpunten in de aansluiting van onderwijs en zorg wordt, samen met het ministerie van VWS extra ingezet, zodat de leerlingen met een complexe ondersteuningsvraag ook de zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben. Thema’s zoals toerusting van leraren, werkdruk en de mondigheid van ouders, spelen volgens de staatssecretaris breder dan alleen binnen passend onderwijs. Daarom wil hij die thema’s ook vanuit een breder perspectief aanpakken.

De staatssecretaris zal voortaan eens per jaar een voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer. Hij blijft de implementatie van passend onderwijs volgen via het evaluatieprogramma van het NRO. Daarin zal meer focus worden aangebracht in het onderzoek, meer data worden hergebruikt en zal er meer aandacht zijn voor de disseminatie van de onderzoeksresultaten naar de praktijk. Ook zal binnen het programma verkend worden in hoeverre de ondersteuningsbehoefte van leerlingen meer objectief kan worden gemeten en of gebruik gemaakt kan worden van gestandaardiseerde data hiervoor.

Analyse onderwijsaanbod voortgezet onderwijs
Het onderwijsaanbod in het voortgezet onderwijs is ten opzichte van vorig jaar niet verschraald, ook niet voor de technische profielen in het vmbo. Dit concludeert de staatssecretaris in een Kamerbrief op basis van een analyse van het onderwijsaanbod in het gehele voortgezet onderwijs per 1 oktober 2016. Wel zorgt de leerlingendaling voor kleinere afdelingen, met name in het technisch vmbo en in het vwo. Omdat de leerlingendaling nog zeker een decennium aanhoudt, is dat een reden voor zorg. Regio’s zullen met alle belanghebbenden moeten bepalen wat een adequaat onderwijsaanbod is, en hoe ze dat op een toekomstbestendige manier kunnen organiseren.

De leerlingentellingen van de afgelopen jaren laten zien dat de leerlingendaling in het voortgezet onderwijs begint door te tellen. Het aantal leerlingen in de brugjaren neemt al enige jaren af, en in het vmbo begint de krimp zich af te tekenen. Naar verwachting is dit jaar het laatste jaar dat het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs als geheel is toegenomen. Op basis van DUO-prognoses wordt tot 2030 een leerlingendaling van ongeveer twaalf procent verwacht. In die periode krijgen vier van de vijf scholen te maken met leerlingendaling. Het pro, het lwoo en het vmbo worden naar verwachting het hardst getroffen door leerlingendaling. In een klein deel van het land is de komende jaren bescheiden groei te zien (regio Amsterdam en regio Den Haag), terwijl de daling van het aantal leerlingen regionaal kan oplopen tot 30 procent in regio’s als de Achterhoek, Oost-Groningen en de kop van Noord-Holland.

Ondanks de leerlingendaling is er nog steeds een vrijwel dekkend onderwijsaanbod. Havo en vwo kennen een goed dekkend aanbod, evenals de gemengde en theoretische leerwegen in het vmbo. Het praktijkonderwijs is wat minder dekkend, maar dat is goed voorstelbaar gegeven de aard van het onderwijs.

Wat betreft de profielen in het vmbo vallen een paar dingen op, met name wat betreft het technisch vmbo. In het overgrote deel van het land wonen leerlingen op fietsafstand van een school die een technisch vmbo-profiel aanbiedt. De profielen Bouw, wonen en interieur (BWI) en Motorvoertuigen en techniek (M&T) kennen relatief veel vestigingen met een klein aantal leerlingen. Het aantal vestigingen dat BWI aanbiedt is toegenomen, zelfs in een aantal krimpgebieden (bijvoorbeeld in Noordwest-Friesland en Noordoost-Groningen). In een aantal andere krimpgebieden, zoals de kop van Noord-Holland en Drenthe, zijn juist vestigingen verdwenen. Bij M&T is relatief veel nieuw aanbod zichtbaar. Het profiel PIE blijft het best dekkende technische profiel, met relatief weinig vestigingen met kleine leerlingenaantallen.

Internetconsultatie over wetsvoorstel Actualisatie deugdelijkheidseisen
Het wetsvoorstel Actualisering deugdelijkheidseisen funderend onderwijs heeft actualisering en verbetering van de wetgeving voor het funderend onderwijs ten doel. De wetswijzigingen die uit het voorstel voortvloeien zijn deels technisch, deels om leemten in de onderwijswetgeving te vullen. Het voorstel heeft betrekking op de bekostigingsvoorwaarden voor en verplichtingen van scholen en het toezicht daarop. De belangrijkste onderwerpen zijn actualisering deugdelijkheidseisen, vermindering administratieve verplichtingen en grondslagen voor uitoefening toezicht. Het voorstel regelt onder meer dat het bevoegd gezag verplicht wordt de middelen van de school zodanig te beheren, dat een behoorlijke exploitatie en het voortbestaan van de school zijn verzekerd. De inspectie kan de financiële continuïteit hierdoor bevorderen en beoordelen en ingrijpen als het bevoegd gezag een zodanig onverantwoord financieel beleid voert dat het voortbestaan van de school wordt bedreigd. Ook verplicht het wetsvoorstel schoolbesturen hun jaarverslagen jaarlijks actief openbaar te maken. De internetconsultatie over het wetsvoorstel sluit 1 september.

 

VTOI-NVTK, Röntgenlaan 19, 2719 DX Zoetermeer
Postbus 275, 2700 AG Zoetermeer
Telefoonummer: 079-3638104
E-mailadres: bureau@vtoi-nvtk.nl