Reactie op voorstellen 'Stop weglekkende onderwijsmiljoenen' van Kamerleden Kwint en Westerveld

Vandaag vindt er in de Tweede Kamer een AO plaats over o.a. lerarensalarissen, werkdruk en bekostiging. Tweede Kamerleden Lisa Westerveld (GroenLinks)  en Peter Kwint (SP) willen tijdens het debat een aantal voorstellen indienen ( de input komt o.a. uit een enquete onder 350 docenten). Graag reageren wij namens de VTOI-NVTK op een tweetal voorstellen die worden gedaan onder het motto 'Stop weglekkende onderwijsmiljoenen' door de Kamerleden Lisa Westerveld (GroenLinks)  en Peter Kwint (SP). Op de websites van beide partijen staat: “Ook willen de partijen weten hoeveel geld er besteed wordt aan raden van toezicht in het onderwijs. Kwint: “Volgens mij is er geen enkele taak die zo’n toezichthouder doet, die niet ook door een medezeggenschapsraad gedaan kan worden. Met een MR en een bestuur kun je verantwoording afleggen aan het ministerie en aan ouders en leraren. Dat lijkt ons ruimschoots genoeg. Bovendien ontvangen deze mensen vaak vorstelijke beloningen voor hun werk.”

Vooraf willen we aangeven wij met onze leden zeer bezorgd zijn over problemen die vandaag de dag spelen in het (primair) onderwijs, bijvoorbeeld omtrent werkdruk, regelzucht en thuiszittersproblematiek. Als onderdeel van het bevoegd gezag voeren onze leden hier het gesprek over met de bestuurder en alle andere gremia binnen de organisatie. Dit doen ze vanzelfsprekend passend binnen de eigen rol en taak van de toezichthouder. De voorstellen zoals weergegeven via de media en de pagina’s van GroenLinks en de SP doen geen recht aan de werkelijke feiten en is naar onze mening veel te kort door de bocht.

Ten eerste: onafhankelijk toezicht is en blijft hard nodig! Het voorstel om bevoegdheden van de toezichthouder terug te leggen bij de medezeggenschap, stuit niet alleen op wettelijke, maar ook op morele bezwaren. Graag nodigen we hierbij de Kamerleden uit om met enkele van onze leden in gesprek te gaan, zodat ze vanuit de praktijk kunnen horen waarom de voorstellen juridisch gezien niet kunnen, onwenselijk zijn en onafhankelijk toezicht op organisaties in groot gevaar brengt. Dat neemt overigens niet weg dat de interne toezichthouder dient te investeren in de relatie met de medezeggenschap om de Governance driehoek te optimaliseren. Hier is nog veel bij te winnen.

Ten tweede wordt gezegd dat “deze mensen vaak vorstelijke beloningen voor hun werk ontvangen”. Dit is een onjuiste constatering. De toezichthouders stellen zelf hun honorering vast. De WNT heeft er niet toe geleid, dat toezichthouders deze wet gebruiken om zich zelf een hogere honorering toe te kennen; zeker in vergelijking met de bezoldiging van toezichthouders bij andere sectoren zoals de woningbouwcorporaties en de zorg. De cijfers uit de monitor over 2015 staven dit. Ook over de honorering vanaf 2016 is er geen enkel signaal dat de honorering van de toezichthouders is toegenomen, integendeel; we merken een tegengestelde beweging. Graag willen we als VTOI-NVTK hier nader onderzoek naar doen en gaan graag met u in gesprek wat hierbij wenselijk en passend is. Onderwijsbekostiging is complex door de verdeling in “potjes”. Hierdoor komt een eventuele bezuiniging op de honorering van interne toezichthouders helaas niet direct terecht bij bijvoorbeeld hogere salarissen voor docenten. 

Natuurlijk kennen we allemaal de gevallen rondom exorbitante beloningen van zowel bestuurders als toezichthouders. Gelukkig zijn dit incidenten. In dit licht betreuren wij het dan ook dat de VTOI-NVTK in het verleden de indruk heeft gewekt, dat toezichthouders zichzelf moesten belonen volgens de percentages zoals genoemd in de WNT. Dit is één van de redenen om handreiking die in 2015 is opgesteld, samen met de leden grondig te herzien. Het uitgangspunt blijft dat het interne toezicht zelf haar honorering vaststelt (dit is eveneens verankerd in de sectorale codes goed bestuur). Honorering is maatwerk, maar we roepen als VTOI-NVTK in deze richtlijn onze leden met klem op in ieder geval met deze zaken rekening te houden:

1. De VTOI-NVTK vindt het maatschappelijk niet te legitimeren om de wettelijke maxima uit de WNT als automatisch uitgangspunt te nemen
2. Draag zorg voor een zorgvuldig keuzeproces, bespreek dit intern als toezichthouders  en desgewenst met overige belanghebbenden in de organisatie
3. Draag bij aan de maatschappelijke legitimatie en transparante verantwoording over de honorering, opnamen in het jaarverslag is verplicht

We zijn blij dat er veel draagvlak is binnen onze vereniging en daarbuiten voor deze nieuwe richtlijn. Regelmatig krijgen we naar aanleiding van deze publicatie de vraag waarom de VTOI-NVTK er niet net als andere toezichthoudersverenigingen voor heeft gekozen, vaste percentages voor maxima op te nemen. Het antwoord hierop is, dat onze leden betrokken professionals zijn, die zelf verantwoording afleggen en zich maatschappelijk legitimeren ten aanzien van hun honorering. Wij vertrouwen erop dat onze leden ook omtrent dit vraagstuk vorm geven aan onze verenigingsvisie “Waardegericht toezien”. Verder willen we de Kamerleden oproepen eerst goed te kijken naar de haalbaarheid, wenselijkheid en legitimiteit van deze voorstellen en herhalen ons aanbod om met de VTOI-NVTK in gesprek te gaan over de grote uitdagingen waar we samen voor staan: het bijdragen aan de continuïteit en kwaliteit van onderwijs en kinderopvang; zij vanuit de rol van parlementariër en wij als toezichthouders.

VTOI-NVTK, Röntgenlaan 19, 2719 DX Zoetermeer
Postbus 275, 2700 AG Zoetermeer
Telefoonummer: 079-3638104
E-mailadres: bureau@vtoi-nvtk.nl