Nieuwsselectie onderwijs en kinderopvang - week 25 en 26

Leerling VMBO Maastricht krijgt tijd om schoolexamen te repareren
De uitslagen van de centrale examens van de leerlingen van VMBO Maastricht blijven geldig tot 1 januari 2019. Op die manier krijgen leerlingen de tijd om hun schoolexamens te repareren. Daardoor kunnen zij hopelijk alsnog een diploma halen. Dat schrijft minister Slob in een brief aan de Tweede Kamer. De minister heeft laten onderzoeken of de centrale examens in april en mei goed zijn afgenomen. Volgens het College van Toetsen en Examens (CvtE) is dat inderdaad netjes gegaan. Dat geeft minister Slob en de Inspectie van het Onderwijs genoeg vertrouwen om te besluiten dat deze uitslag kan blijven staan. De minister wijkt daarmee af van de examenregels. Dat is volgens Slob en de inspectie nodig omdat de situatie uniek is en omdat leerlingen zo min mogelijk de dupe moeten zijn van het wanbestuur van de school. 

Voor de leerlingen is het besluit van de minister belangrijk, omdat zij het centrale examen dan niet opnieuw hoeven te maken. De examens van 354 leerlingen van VMBO Maastricht werden vrijdag ongeldig verklaard, omdat er veel mis is met de schoolexamens. Uit onderzoek van de inspectie blijkt dat duizenden toetsen niet zijn gemaakt. Dit is geen administratieve fout, zoals de afgelopen dagen hier en daar werd gezegd, maar dit zijn zeer ernstige tekortkomingen, aldus de inspectie. Leerlingen hebben grote achterstanden opgelopen en missen daardoor belangrijke delen van de leerstof. De school is dringend aangeraden om de leerlingen te helpen de leerstof alsnog onder de knie te krijgen.

Naar aanleiding van de grote problemen rond de examenpraktijk op de twee scholen van VMBO Maastricht roept de VO-raad zijn leden op om kritisch te kijken hoe de schoolexamens in de eigen school/scholen zijn georganiseerd. Daarnaast neemt de VO-raad het initiatief tot een onafhankelijk onderzoek naar de kwaliteit van de schoolexamens en de positie van het pta hierin. Na het nieuws over de afgekeurde eindexamens van 345 leerlingen van VMBO Maastricht melden via Twitter verschillende leraren zich aan onder de hashtag #ikdoemee om de leerlingen te helpen door het afnemen van mondelinge examens deze zomer.

Brancheorganisatie Kinderopvang breekt met staatssecretaris
Brancheorganisatie Kinderopvang heeft per direct al het overleg met het ministerie van Sociale Zaken opgeschort uit onvrede over de ontwikkelingen rond de beroepskracht-kindratio (bkr). Onvermijdelijk, zegt BK-voorzitter Felix Rottenberg. ‘Dit is echt een noodkreet.’ De beruchte druppel was het antwoord van staatsecretaris Tamara van Ark op Kamervragen. Zij herhaalde dat de bkr-maatregel niet wordt uitgesteld en voegde daaraan toe dat het personeelstekort waar de kinderopvang mee kampt geen verantwoordelijkheid is van de overheid maar van de (commerciële) sector zelf.

De onwaarheid dat de bkr-maatregelen een jaar zijn uitgesteld om de branche de tijd te geven personeel te werven, wekte vooral veel verbazing. Rottenberg: ‘Zo is het namelijk niet gegaan. De bkr-maatregelen werden een jaar uitgesteld naar 2019 omdat wij een onderzoek wilden naar de kosteneffecten van de bkr-maatregel. Na een lobby en lang aandringen, wilde het ministerie na een lang ‘nee’ alsnog een onderzoek toestaan. Na een SEO-onderzoek van het ministerie dat veel vraagtekens opriep, hebben wij een praktijkonderzoek gevraagd en gekregen.’ Bureau Buitenhek voerde dit vervolgonderzoek in opdracht van BK, BMK, SWN en BOinK uit.

Tijdens een overleg met de staatssecretaris bleek onlangs dat het praktijkonderzoek van Buitenhek door een beleidsmedewerker binnen vijf minuten naar de papierversnipperaar werd verwezen. Er was vervolgens te weinig gelegenheid om over de argumenten door te praten. Rottenberg: ‘We voelen ons totaal niet serieus genomen.’ De Brancheorganisatie heeft een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over het gedrag van Van Ark.

Slob over passend onderwijs: meer verantwoordelijkheid naar werkvloer
De Tweede Kamer is geschrokken van de vele knelpunten in het passend onderwijs. Meer dan 4000 kinderen zitten thuis, omdat er voor hen geen geschikte opvang is, leraren bezwijken onder de hoeveelheid problematiek in de klas door gebrek aan extra handen, veel tijd gaat verloren aan overleg en administratie. En wat doen besturen/scholen en samenwerkingsverbanden eigenlijk met die 2,5 miljard euro die jaarlijks voor passend onderwijs wordt uitgetrokken? Een meerderheid van het parlement eist snel verbeteringen.

Minister Arie Slob ziet in dat verbeteringen nodig zijn. In het land hoort hij dat leraren, schoolleiders en ouders zich zorgen maken over werkdruk, lerarentekort en administratieve lasten, en vaak worden die onderwerpen verbonden met passend onderwijs. In een brief aan de Tweede Kamer deelt Slob de zorgen die er in het onderwijsveld leven. Hij vindt dat bij passend onderwijs het kind voorop moet staan, niet het systeem. Om dat te bewerkstelligen wil hij allereerst eigenaarschap meer neerleggen bij lerarenteams, schoolleiders en ouders, door hen vaker inspraak te geven in de vormgeving van passend onderwijs en tegelijkertijd administratieve lasten te beperken.

Ook de vakbonden maken zich zorgen over het passend onderwijs. CNV Onderwijs doet een oproep aan de Tweede Kamer om vooral aan drie punten te werken. Stop met de bureaucratie, waarom moet er ieder jaar een nieuwe aanvraag gedaan worden? Stop met onnodig overleg. Waarom zoveel overleg, terwijl experts deze tijd en energie voor de leerling in de klas kunnen inzetten? En zet in elke klas een onderwijsassistent.

Arbeidsmarktanalyses primair onderwijs voor aanpak lerarentekort
Het primair onderwijs krijgt tussen nu en 2023 in alle regio’s te maken met een lerarentekort, ook in de zogenaamde krimpregio’s waar het aantal leerlingen de komende jaren daalt. Dat blijkt uit achttien regionale arbeidsmarktanalyses van het Arbeidsmarktplatform PO. Vier van de analyses gaan over de arbeidsmarkt in de vier grote steden. Scholen kunnen in de analyses zien hoe groot het personele tekort de komende jaren in hun regio is en hoeveel studenten er starten met de pabo. Zo kan iedere regio haar eigen maatregelen nemen.

De grootste tekorten worden in 2023 verwacht in Noord-Holland en Rotterdam/Rijnmond. Zo loopt het tekort in Noord-Holland in 2023 op tot circa 890 fte. Dat komt vooral door de arbeidsmarktsituatie in Amsterdam. Maar ook in de regio’s met leerlingenkrimp stijgt waarschijnlijk het tekort. Voor Limburg bijvoorbeeld bedraagt het voorspelde tekort ruim 200 fte in 2023. Veel regio’s kennen daarnaast een aanzienlijk deel leraren van 55 jaar of ouder, die de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken en het onderwijs verlaten. In Noord-Holland bijvoorbeeld is nu een kwart van de leraren in het po 55-plusser. De vergrijzing speelt zeker ook bij schoolleiders. In sommige regio’s is meer dan de helft ouder dan 55 jaar.

Minister Slob: krimp vraagt intensieve aanpak
In het primair onderwijs (po) lijkt de grootste leerlingendaling inmiddels achter de rug. De daling in het voortgezet onderwijs (vo) is vol aan de gang en gaat door tot ten minste 2030. Gemiddeld daalt het aantal leerlingen de komende vijftien jaar met 12 procent. Op dit moment heeft 61 procent van de besturen te maken met leerlingendaling, in 2019 is dat 82 procent. Dat blijkt uit de voortgangsrapportage leerlingen die minister Slob naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De stand van zaken vraagt om een intensievere aanpak in po, vo en mbo om een goed en toegankelijk onderwijsaanbod te kunnen garanderen, concludeert de minister.

Voor het primair onderwijs trekt het kabinet daarom jaarlijks 20 miljoen euro extra uit voor de kleine-scholentoeslag. Ook in het vo wil Slob het beleid intensiveren, door schoolbesturen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid en randvoorwaarden te optimaliseren. Het is belangrijk dat schoolbesturen beschikken over de juiste mogelijkheden en middelen om in te spelen op leerlingendaling. Samenwerking en fusies tussen besturen bieden mogelijkheden om kleinere scholen open te houden en zo het onderwijs voor de individuele leerling en leraar toegankelijk, herkenbaar en overzichtelijk te houden. Een bestuurlijke fusie kan ervoor zorgen dat scholen in stand worden gehouden zonder dat de scholen zelf samengevoegd worden. Het huidige concurrentiemodel is bij leerlingendaling niet houdbaar en niet wenselijk

Ook in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) dalen op dit moment in sommige regio’s en in het groene onderwijs de studentenaantallen flink. In de komende jaren zal de studentendaling landelijk merkbaar worden. De mate van krimp zal vergelijkbaar zijn met die in het vo en zal tot in ieder geval 2032 doorzetten. Leerlingen- en studentendaling beperkt zich dus niet tot enkele regio’s, maar raakt veel besturen. Om de daling van de studentenaantallen op te vangen wil het kabinet ook in het mbo samenwerking tussen opleidingen en besturen stimuleren. In het bestuursakkoord mbo 2018–2022 is overeengekomen dat instellingen inzetten op samenwerking in de regio en toewerken naar een aanscherping van hun opleidingsaanbod.

Advies Onderwijsraad doorstroming vmbo-havo
De minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media heeft van de Onderwijsraad advies gekregen over zijn wetsvoorstel Gelijke kans op doorstroom vmbo-havo. Met dit wetsvoorstel wordt de toegang tot het havo voor vmbo’ers wettelijk geregeld, zodat overal in het land dezelfde voorwaarden voor toelating gelden. Een schoolbestuur mag een leerling die aan de voorwaarden voldoet, dan niet meer weigeren omdat het de leerling zelf niet geschikt acht voor het havo.

De Onderwijsraad hoopt met het advies een bijdrage te leveren aan een betere doorstroom vanuit de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo naar het havo, een cruciale schakel in het Nederlandse onderwijsstelsel. De voorgestelde wettelijke regeling van toegang tot het havo voor vmbo’ers is volgens de raad een stap in de goede richting. Het is een goede zaak dat overal dezelfde formele voorwaarden voor toelating gaan gelden. Dat maakt dat vmbo’ers in het hele land een gelijke kans hebben om door te stromen en het schept duidelijkheid voor leerlingen en ouders. 

De raad benadrukt echter dat het wettelijk regelen van de toelating niet volstaat om de doorstroom van het vmbo naar het havo te verbeteren. Voor de raad geldt als uitgangspunt dat een vmbo-diploma van de gemengde of de theoretische leerweg toegang tot het havo geeft. Op dit moment komt de werkelijkheid niet overeen met dit uitgangspunt omdat er grote knelpunten zijn in de aansluiting tussen het vmbo en het havo. Die knelpunten worden met de voorgestelde wettelijke regeling niet weggenomen. Aanvullende maatregelen zijn nodig om de inhoudelijke aansluiting te verbeteren.

Aanpak en inzet extra middelen vmbo-techniek bekend
Minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media) heeft in een brief aan de Tweede Kamer (‘Samen naar een sterk technisch vmbo’) plannen bekendgemaakt voor de in het regeerakkoord beloofde 100 miljoen euro voor versterking van het techniekonderwijs op het vmbo. Het kabinet stelt de middelen structureel beschikbaar om regionaal dekkend en kwalitatief hoogstaand techniekonderwijs te realiseren op het vmbo. Ook komt er de komende jaren (tot 2020) in totaal ruim 9 miljoen euro beschikbaar voor de verdere professionalisering van beroepsgerichte docenten.

In het plan van aanpak wordt onderscheid gemaakt in een aanloopfase, een transitiefase en een structurele fase. Vmbo-scholen gaan in de aanloopfase – samen met andere vmbo-scholen, mbo-instellingen en het regionale bedrijfsleven – aan de slag met het opstellen van regionale plannen. Alle scholen met beroepsgericht vmbo ontvangen daarvoor een bedrag. In de transitiefase werken scholen aan de uitvoering van hun regionale plannen, waarbij gewerkt wordt aan een duurzaam aanbod van het techniekonderwijs. Het gaat daarbij niet alleen om de harde techniek, maar bijvoorbeeld ook om het integreren van techniek en technologie in de andere profielen en leerwegen in het vmbo. Voor de financiering is er per regio een bedrag beschikbaar. In de structurele fase (2024 en verder) wordt – op basis van evaluatie – de omslag naar een dekkend en kwalitatief hoogstaand techniekonderwijs bestendigd. Het doel daarvan is dat het techniekonderwijs de middelen krijgt om innovatief te blijven en zich kan aanpassen aan de snelle ontwikkelingen in de techniek en de technologie.

Nieuwe website Sterk beroepsonderwijs
Scholen in het vo en mbo die samenwerken of dit willen doen om de doorstroom vmbo-mbo te verbeteren en goed en toegankelijk beroepsonderwijs in de regio te behouden, kunnen terecht op de nieuwe website ‘Sterk beroepsonderwijs’. Op deze website – die is gelanceerd in het kader van het landelijke programma ‘Sterk beroepsonderwijs’ – vinden zij informatie en nieuws, inspirerende voorbeelden, regionale activiteiten en hulp van experts.

Het ministerie van OCW, de AOC Raad, MBO Raad, Stichting Platforms VMBO (SPV), Platform TL en de VO-raad zetten zich de komende jaren samen in voor sterk beroepsonderwijs. De website draagt bij aan het doel van het programma: direct (en minder direct) betrokkenen doorlopend, proactief en op een eenduidige manier informeren, inspireren en activeren voor krachtig beroepsonderwijs. Het hart van de website vormen inspiratievoorbeelden uit de praktijk die bedoeld zijn om te prikkelen en nieuwe ideeën te geven.

Vasthouden aan verplichte gegevenslevering lerarenregister is onbegrijpelijk
PO-Raad, VO-raad en MBO Raad vinden het onbegrijpelijk dat minister Slob vasthoudt aan de verplichte levering van lerarengegevens door schoolbesturen voor een lerarenregister dat voor onbepaalde tijd is uitgesteld. De minister houdt daarmee geen rekening met het gebrek aan draagvlak in de sectoren onder leraren, schoolleiders en schoolbesturen. Terwijl de minister onlangs zelf constateerde dat het verplichte register te veel een doel op zich was geworden, lijkt nu de gegevenslevering het doel op zich te worden.

In een brief aan de schoolbesturen in het primair-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs licht minister Slob toe dat er voorlopig geen verplicht lerarenregister zal zijn. De sectorraden hebben vorige week ten aanzien van de gegevenslevering een alternatief voorstel gedaan aan Slob. Kern van dat voorstel is dat schoolbesturen gedurende de periode van ‘pas op de plaats’ vrijwillig en op verzoek van de al geregistreerde individuele leraar gegevens leveren voor het portfoliodeel van het register.

Medewerkers kinderopvang stemmen massaal in met cao-akkoord
Leden van FNV Zorg & Welzijn hebben massaal ingestemd met het cao-akkoord in de kinderopvang. Ook andere vakbonden en de werkgeversorganisaties stemden in. Door dit definitieve akkoord kijken nu 80.000 kinderopvangmedewerkers uit naar een loonsverhoging van 5,25% in 2 jaar tijd, waarvan 2,25% ingaat per 1 juli 2018. In die maand ontvangen zij ook een eenmalige uitkering van €185,- (op basis van fulltime). Daarnaast zijn de niet-groepsgebonden uren terug in de cao om de werkdruk te verlagen en is er meer zekerheid gekomen over de roosters. De nieuwe cao gaat met terugwerkende kracht in vanaf 1 januari 2018.

Universiteiten schieten ernstig tekort in aanbieden schakeltrajecten
Bij minstens 100 masteropleidingen worden geen schakeltrajecten aangeboden. Masteropleidingen lijken in veel gevallen hbo-studenten bij voorbaat te weigeren. Dat blijkt uit een steekproef van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb). Universiteiten hebben echter de plicht om schakeltrajecten aan te bieden, zodat studenten met een hbo-diploma of een wo-bachelor uit een andere studierichting, kunnen doorstromen naar de gewenste masteropleiding. LSVb-voorzitter Tariq Sewbaransingh wil dat de wet wordt gehandhaafd. Vaak vermelden masteropleidingen op hun website dat hbo-studenten geen toegang krijgen tot de master, zonder verdere verduidelijking. Afgestudeerde hbo’ers wordt vaak de toegang tot een master zelfs binnen hun vakgebied ontzegd, terwijl studenten met een universitaire bachelor buiten het vakgebied in veel gevallen wel mogendoorstromen naar de master.

Thom de Graaf, voorzitter Vereniging Hogescholen, steunt de LSVb en vraagt aandacht voor de doorstroom naar masters: ‘Ambitieuze studenten die na hun bachelor willen doorleren of zich willen specialiseren, moeten we in Nederland juist stimuleren. Het lijkt er helaas op dat dat niet altijd mogelijk is in het wo, reden te meer voor hogescholen om meer professionele masters aan te bieden. Het kan niet zo zijn dat we als onderwijssector een prioriteit hebben gemaakt van gelijke kansen maar dat deze doorstroomroute in een aantal gevallen zou worden geblokkeerd.’

De universiteiten zijn het niet eens met de LSVb. Zij stellen hun taak serieus te nemen en bieden in veel gevallen schakelprogramma’s aan. Ook is er samenwerking met hogescholen, bijvoorbeeld via de zogenaamde ingedaalde programma’s binnen HBO-instellingen. Maar doorstroom kan soms niet als er geen verwante programma’s zijn. De universiteiten erkennen wel dat informatievoorziening cruciaal is om studenten de mogelijkheden te laten overzien. Zij zullen dan ook waar nodig hun websites en voorlichting opnieuw bekijken en de informatie vervolledigen. Ook dan zal het zo blijven dat sommige opleidingen geen schakelprogramma aanbieden, om de hierboven genoemde redenen.

VO-raad boos op D66-Kamerlid Van Meenen
De VO-raad vindt het beeld dat D66 Kamerlid Van Meenen schetst van de rol van schoolbesturen niet reëel. Zijn plan waarin hij het nut van schoolbesturen ter discussie stelt, is ondoordacht en slecht onderbouwd. Volgens Van Meenen zou het geld voor onderwijs beter worden besteed wanneer dit direct naar de scholen gaat en niet langer via de schoolbesturen bij de scholen terechtkomt. Scholen zouden vervolgens bij hun bestuur diensten kunnen inkopen. Volgens het Kamerlid moeten scholen soms ‘miljoenen’ afdragen aan hun bestuur en wordt geld aan de verkeerde dingen uitgegeven. Dit zou komen door de ‘grootschaligheid’ van het onderwijs. Volgens de VO-raad wijkt het door Van Meenen geschetste beeld op verschillende punten af van de realiteit.

Uit een recente benchmark in het VO blijkt dat scholen gemiddeld 3% van het budget afdragen aan hun bestuursbureau. De VO-raad kent geen scholen waarbij dit in de miljoenen loopt. Met dit geld nemen bestuursbureaus schoolleiders werk uit handen op het gebied van ICT, financiële administratie, inkoop en HR, zodat zij zich kunnen concentreren op goed onderwijs. De afdracht aan het bestuursbureau zorgt dus voor minder overhead op schoolniveau en biedt scholen vaak schaalvoordelen. Uit de genoemde benchmark blijkt bovendien dat de overhead bij grote besturen wat lager is dan bij kleine besturen. De VO-raad vindt het zinniger om energie te steken in verdere verbetering dan een generieke discussie te voeren over de rolverdeling zoals we die kennen. ‘De sector zet in op verbetering door sterk in te zetten op naleving van de Code Goed bestuur en te werken aan professionalisering bij scholen en schoolbesturen.’

AD: middelbare scholen gooien de roosters om
De traditionele lesroosters op middelbare scholen verdwijnen. Zeker 1 op de 5 scholen heeft de lessen van 50 minuten vaarwel gezegd, meldt het AD. Met nieuwe roosters proberen ze de leerlingen meer vrijheid te geven om hun eigen schoolroute uit te stippelen. De dagen met acht lesuren van vijftig minuten zijn op een groeiend aantal scholen verleden tijd. Het AD put uit een representatieve enquête die Leerling 2020, een project van sectororganisatie VO-raad, heeft laten doen. Scholen experimenteren met uiteenlopende lesroosters; lesuren van 60 minuten, keuzewerkuren waarin de scholieren zelf mogen kiezen naar welke docent ze gaan, huiswerkuren, blokuren van 80 minuten en weken met vier lesdagen en één dag projectonderwijs.


 

VTOI-NVTK, Röntgenlaan 19, 2719 DX Zoetermeer
Postbus 275, 2700 AG Zoetermeer
Telefoonummer: 079-3638104
E-mailadres: bureau@vtoi-nvtk.nl