Nieuwsselectie onderwijs en kinderopvang - week 27 en 28

Bestuursvoorzitter VMBO Maastricht geen fractieleider meer in Eerste Kamer
De voorzitter van de raad van bestuur van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs LVO, André Postema, legt zijn functie als fractievoorzitter van de PvdA in de Eerste Kamer neer. Hij blijft wel senator voor de PvdA. Postema kwam onder vuur te liggen door misstanden rond de schoolexamens bij VMBO Maastricht. Hij blijft ook nog bestuursvoorzitter van LVO, waar VMBO Maastricht onder valt. Postema wil aanblijven tot het onderzoek naar het examendrama is afgerond.

Op 22 juni werd bekend dat de Inspectie van het Onderwijs de centrale examens van 354 leerlingen van het Porta Mosana College en het Sint-Maartenscollege, die samen VMBO Maastricht vormen, ongeldig had verklaard, omdat bleek dat deze scholen hun leerlingen niet alle schoolexamens hadden laten maken. Ministers en Tweede-Kamerleden vonden dat hij moest opstappen als bestuurder, zelfs de eigen partij van Postema.

VVD, CDA, D66, PVV en SP snappen niet dat Postema nog niet is opgestapt als voorzitter van de Limburgse onderwijskoepel. VVD-Kamerlid Heerema vraagt zich af of de Limburgse bestuurder geen ‘plaat voor zijn hoofd’ heeft. ‘Hoeveel bonter moet een bestuurder het maken?’ vraagt CDA-Kamerlid Rog aan minister Van Engelshoven. Deze begrijpt de irritatie over Postema, maar kan hem op dit moment niet wegsturen. Er moet namelijk eerst een onderzoek zijn gedaan naar het bestuurlijk handelen en vervolgens heeft de bestuurder nog vier weken om hierop te reageren.

Kamerleden zijn zeer kritisch over zijn optreden nadat bekend werd dat de examens van 354 Maastrichtse vmbo-leerlingen niet bleken te voldoen aan de eisen. Postema zou de zaak eerst in de media hebben gebagatelliseerd en gesproken hebben van administratieve fouten van de docenten. Irritatie is er ook over het hoge salaris van Postema, bijna 180.000 euro, voor een volledige aanstelling. Het is één euro minder dan de zogenoemde balkenendenorm, het wettelijke plafond voor bestuurders.

Uitermate kritisch was de Kamer op het bestuurlijk handelen van het bestuur en de Raad van Toezicht van LVO. Dit leidde tot een motie met de wens dat de bestuursvoorzitter van LVO consequenties verbindt aan het ernstig bestuurlijk falen bij LVO. Deze motie werd gesteund door de gehele Kamer. Ook werden er veel vraagtekens gezet bij het handelen van de Inspectie, omdat de Inspectie niet of onvoldoende zou hebben gereageerd op diverse klachten en signalen. De minister gaf aan dat ze een tweetal onderzoeken in gang heeft gezet om de onderste steen boven te krijgen en op grond daarvan tot besluitvorming te komen. Moties die opriepen tot een onderzoek naar de samenstelling van de Raden van Toezicht, het opknippen van LVO in kleinere bestuurseenheden en het laten verrichten van een onafhankelijk onderzoek naar de bestuurscultuur van LVO in plaats van een onderzoek door de Inspectie behaalden geen Kamermeerderheid.

In een verklaring legt Postema de schuld voor het examendebacle niet bij hemzelf, maar bij de Inspectie van het Onderwijs. ‘Ik heb mij na de premature bekendmaking van de Inspectie dat de eindexamens van alle leerlingen ongeldig zijn verklaard, ten volle ingezet om de leerlingen en docenten van het VMBO Maastricht zo snel mogelijk weer een perspectief te kunnen bieden.’

Ondertussen komt er een speciale zomerschool voor de honderden gedupeerde leerlingen van het VMBO Maastricht. Er wordt alles aan gedaan om de 354 eindexamenleerlingen alsnog aan een diploma te helpen, zegt het college van bestuur van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs. Het LVO wil zo veel mogelijk eindexamenleerlingen voor 31 augustus alsnog hun diploma laten behalen, zodat ze zonder vertraging kunnen beginnen aan een vervolgopleiding ‘waar ze ongetwijfeld heel erg naar uitkijken’. De zomerschool zorgt voor een individuele aanpak en begeleiding van alle gedupeerde leerlingen en organiseert de in te halen examens.

De zomerschool in het gebouw van VMBO Maastricht wordt geleid door leiders van andere scholen. ‘We schakelen ook hulp in van de school zelf en van docenten uit heel Nederland. Iedereen toont grote betrokkenheid’, zegt het bestuur. Het ontwikkelingsinstituut Cito maakt de toetsen en waarborgt dat die aan de normen voldoen. ‘Dat is belangrijk, want we willen geen concessies doen aan de kwaliteit van het diploma’, zegt het LVO-bestuur.

Examenresultaten lyceum stellen teleur, schoolbestuur neemt maatregelen
Op het Rotterdamse Vreewijk Lyceum blijkt 46 procent van de atheneumleerlingen gezakt voor het eindexamen en 37 procent van de havoleerlingen. Het gaat om 12 atheneumleerlingen en 33 havoleerlingen. De vakken waarvoor ze vooral zijn gezakt zijn scheikunde, biologie, kunst en Frans. Schoolbestuur CVO Rotterdam is geschokt over dit resultaat, en betreurt het vooral voor de gezakte leerlingen. Voorzitter Henk Post noemt het onacceptabel en heeft de school onder verscherpt toezicht van CVO gesteld.

Het bestuur heeft maatregelen genomen om diepgaand uit te zoeken wat de oorzaak is voor deze uitslag. De resultaten van de schoolexamens waren niet zodanig dat hiervoor gevreesd moest worden. Na de uitslag van het eerste examentijdvak heeft de school alle leerlingen extra ondersteuning aangeboden om het examen voor te bereiden. Dit heeft onvoldoende geholpen. De raad van bestuur van CVO heeft externen gevraagd onderzoek te doen naar de oorzaken. Volgende week zal het bestuur met alle leerlingen van de examenklassen en hun ouders een open gesprek voeren. De Onderwijsinspectie is op de hoogte en houdt contact met de school en het bestuur.

NOS: 'Vmbo-scholen hadden de exameneisen moeten en kunnen weten'
‘Totaal onbegrijpelijk’, noemt een docent de nieuwe regels rondom het afnemen van examens op het vmbo. Hij lijkt niet alleen te staan; verschillende scholen zeggen tegen de NOS dat er verwarring is over het examineren van de zogenoemde keuzevakken. Die verwarring leidt tot bizarre taferelen. De NOS berichtte dat er op twintig vmbo-scholen leerlingen hebben meegedaan aan het centraal examen, terwijl ze volgens de regels bij voorbaat al gezakt waren. De betrokken scholen dachten ten onrechte dat scholieren met een 3 voor een keuzevak geslaagd konden zijn, terwijl daarvoor minimaal een 4 gehaald moet worden. Minister Slob heeft voor de groep van 30 leerlingen die hierdoor zijn gedupeerd voor een keer over zijn hart gestreken. Zij hebben inmiddels herexamen gedaan.

De twintig scholen hadden van de nieuwe regels moeten weten, zegt Jan van Nierop van Stichting Platforms VMBO, een organisatie die vmbo-docenten traint en vertegenwoordigt. Hij zegt in aanloop naar de eindexamens van zeker tien scholen vragen te hebben gekregen over het afnemen van examens van de keuzevakken en het eindcijfer 3 voor een keuzevak. ‘Ik heb ze dan verwezen naar de regelgeving en communicatie die de scholen hebben ontvangen, want die is echt goed geweest.’

Toch was er dus bij zeker twintig scholen verwarring. Die is gekomen met de ingang van een nieuwe wet, die al per 1 september 2016 inging, maar pas in dit schooljaar effect had voor de eindexamens op het vmbo. Het nieuwe zit hem in erin dat docenten ook vier beroepsgerichte keuzevakken moeten afnemen voor een examen. Voor die vier keuzevakken mag geen 3 of lager worden gehaald. Van Nierop wijst erop dat docenten dat eigenlijk meteen hadden kunnen zien: ‘Zodra ze een cijfer invoeren in het systeem bij DUO dat lager is dan een 4, zien ze meteen dat de leerling niet geslaagd is.’

’Veel vmbo’ers voelen zich onveilig’
Slechts de helft (56 procent) van de leerlingen op het vmbo voelt zich veilig op school. In het praktijkonderwijs is dit zelfs minder dan de helft (48 procent), meldt het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) op basis van eigen onderzoek. Daarmee is de sfeer in de afgelopen twee jaar niet verbeterd. De cijfers zijn volgens de scholierenorganisatie zorgelijk omdat scholen sinds 2015 verplicht zijn zich in te zetten voor een veilig schoolklimaat. Vwo’ers (84 procent) voelen zich het veiligst, gevolgd door havisten (72 procent). Scholieren op het vwo en havo worden ook het minst gepest. In het vmbo en praktijkonderwijs blijft pesten volgens LAKS een ‘groot probleem’.

De organisatie stelt ook vast dat vmbo-scholen minder mogelijkheden geven aan scholieren om mee te praten over het onderwijs. ‘De verschillen tussen vmbo en vwo op de thema’s veiligheid, sfeer en medezeggenschap zijn te groot.’ Uit het onderzoek blijkt ook dat ruim zeven op de tien scholieren (zeer) tevreden zijn over hun docenten. Ze zijn vooral positief over hun vakkennis en het feit dat ze altijd bij docenten terechtkunnen met vragen. Het LAKS baseert zich op een online-onderzoek onder 75.000 scholieren.

Onderwijscoöperatie wordt opgeheven
Op 1 januari 2019 zal de Onderwijscoöperatie definitief worden opgeheven. Voor vier projecten blijft de financiering gehandhaafd: dit zijn het LerarenOntwikkelFondsOnderwijs Pioniers MBO, het videoplatform Leraar24 en de Bevoegdhedencommissie. Mogelijk wordt ook de ondersteuning van het Lerarenparlement voortgezet. Alle andere activiteiten van de Onderwijscoöperatie zijn stopgezet. De komende maanden wordt het bureau van de Onderwijscoöperatie ontmanteld. Voor het personeel wordt een sociaal plan opgesteld. Het Lerarencongres, dat op de internationale Dag van de Leraar 5 oktober 2018 gepland stond, gaat niet door, evenals de verkiezing van de Leraren van het Jaar. De Onderwijscoöperatie is in 2011 opgericht door vakbonden en -verenigingen in het onderwijs als beroepsorganisatie van, voor en door de leraar.

Nieuwe cao universiteiten definitief, werkdruk blijft agendapunt
Deze week is de nieuwe cao voor de Nederlandse universiteiten definitief geworden: zowel de vakbonden als de universiteiten hebben hun steun uitgesproken voor het behaalde onder­handelingsresultaat. De universiteiten en de werknemersorganisaties nemen het probleem van de werkdruk onder universitaire medewerkers zeer serieus. Afgelopen jaar heeft daarom iedere universiteit een plan van aanpak tegen werkdruk opgesteld.

In de nieuwe cao is afgesproken dat junior docenten en postdocs meer zekerheid krijgen, waar dat mogelijk is. Kortlopende dienstverbanden kunnen een bron van stress zijn; de universiteiten gaan dit verminderen door meer langdurige tijdelijke dienstverbanden aan te bieden en het aantal korte dienstverbanden te verminderen. Ook zullen zij vaker langduriger arbeidsovereenkomsten, van vier of zes jaar, aanbieden.

De beloningsprikkels voor medewerkers van universiteiten doen niet altijd recht aan alle werkzaamheden. Binnen de VSNU wordt daarom gewerkt aan een nieuwe basis voor het waarderen en belonen van alle werk­zaam­heden. Onderzoek is immers een kerntaak, maar niet de enige. Onderwijs en begeleiding van studenten, en de inspanningen om de impact van onderzoek te vergroten, zullen een grotere rol gaan spelen.

Onderwijsraad: blijf werken met lumpsum
De Onderwijsraad beveelt aan om te blijven werken met lumpsumbekostiging en om terughoudend te zijn met doelfinanciering. Wel dienen de organen die een rol spelen in de verantwoording over en het toezicht op de besteding van onderwijsgelden, beter toegerust te worden op hun verantwoordelijkheden.

De raad onderscheidt vier met elkaar verbonden vraagstukken in de discussies over onderwijsgelden en doet in dit advies aanbevelingen op deze vier thema’s: het functioneren van de systematiek van lumpsumbekostiging, de toereikendheid van de bekostiging, de doelmatigheid van de bestedingen en de verantwoording van bestedingen.

Lumpsumbekostiging en terughoudendheid met doelfinanciering doet het meeste recht aan twee belangrijke basisprincipes: de autonomie van onderwijsinstellingen en een stabiele bekostiging om beleid te kunnen maken voor de lange termijn, zegt de Onderwijsraad. Om het inzicht in de bekostiging te vergroten dient de overheid de lumpsumbekostiging te actualiseren en te vereenvoudigen.

Extra geld voor samenwerking bedrijfsleven en mbo-scholen
Om verdere samenwerking tussen bedrijfsleven en het mbo te stimuleren, trekt minister van onderwijs Van Engelshoven 100 miljoen euro uit tot 2022. Onderwijsinstellingen kunnen daardoor mbo-studenten nog beter voorbereiden op de snel veranderende arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld door hen al tijdens hun studie te laten werken met state of the art-technieken en -methoden. De financiering van de projecten wordt aangevuld door andere organisaties uit de regio, waaronder het bedrijfsleven.

Een voorbeeld van innovatieve samenwerking is het World Horti Center in Westland. Hier werken onderwijs en bedrijfsleven gezamenlijk aan oplossingen voor het voedselprobleem in 2030, als er 9 miljard mensen op de wereld zijn. Door eerdere investeringen werken ze er aan tuinbouw met steeds minder en ander licht dat de groei van voedsel beïnvloedt. Aan deze innovatieve ontwikkeling dragen mbo-studenten en -docenten bij. Op deze manier worden er vakmensen opgeleid die internationaal het verschil kunnen maken.

Samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijsinstellingen komt niet vanzelf tot stand. Daarom stimuleert het ministerie van Onderwijs samenwerking via het regionaal investeringsfonds mbo(RIF). Het RIF is de afgelopen jaren succesvol gebleken om samenwerking in de regio te stimuleren. In totaal hebben 111 samenwerkingsverbanden de afgelopen jaren ruim 100 miljoen euro ontvangen vanuit het Rijk. Het bedrijfsleven en regionale overheden hebben dat aangevuld met nog eens 215 miljoen euro. In januari 2019 start het nieuwe RIF en kunnen samenwerkingsverbanden van onderwijs, bedrijfsleven en regionale overheden subsidie aanvragen voor innovatie in het beroepsonderwijs.

Helderheid over schoolkosten mbo
Moet een student zelf een koksmes of kappersschaar kopen, of kan de student daarvoor bij de onderwijsinstelling terecht? Dit soort vragen behoren voortaan tot het verleden. MBO-instellingen stellen aan studenten dit type middelen ter beschikking die nodig zijn om onderwijs te volgen, examens te doen en zo het diploma te behalen. Deze spullen blijven eigendom van de onderwijsinstellingen.

Dat is de uitkomst van overleg tussen JOB, de MBO Raad en het ministerie van Onderwijs. Onderwijsbenodigdheden die het eigendom zijn van studenten, zoals boeken en een laptop, schaffen studenten in principe zelf aan. Door deze uitkomst komt er voor iedereen helderheid over schoolkosten in het mbo. Studenten weten voortaan waar ze aan toe zijn en onderwijsinstellingen weten wat er van hen verwacht wordt.

De benodigdheden die een student tijdens een stage nodig heeft, worden in een leerbedrijf beschikbaar gesteld aan de student. Het leerbedrijf heeft vaak al veel gereedschap en dergelijke liggen. Mocht dat niet zo zijn, dan gaan het leerbedrijf, de onderwijsinstelling en de student in gesprek. Komen ze er niet uit, dan is de school verantwoordelijk om de student te begeleiden naar een andere stageplek.

Daarnaast blijven er onderwijsbenodigdheden die de student zelf moet aanschaffen. Welke benodigdheden dat precies zijn is afhankelijk van de opleiding, maar hier vallen bijvoorbeeld een laptop en boeken onder. Het is belangrijk dat studenten niet op kosten worden gejaagd. Daarom bepalen onderwijsinstellingen samen met de studentenraad welke spullen nodig zijn. Dat kan en mag betekenen dat er verschillen zijn tussen mbo's. De student kiest zelf waar hij de benodigdheden koopt. Studenten mogen niet onder druk gezet voelen om toch extra benodigdheden te kopen.

Geen toetsen meer voor kleuters
Kleuters hoeven geen schoolse toetsen meer te maken. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van minister Slob Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media. Volgens het kabinet past het niet bij de ontwikkeling van kleuters om met schoolse toetsen te meten hoe ze ervoor staan. Kleuters ontwikkelen zich spelenderwijs en in sprongen. Een toets met een opgavenboekje, pen en papier in de schoolbanken doet daar geen recht aan.

Kleuters leren elke dag iets nieuws: kleuren, tekenen, motorieke ontwikkeling, maar ook het leggen van sociaal contact en het maken van vriendjes hoort daarbij. Voor leraren is het belangrijk om die ontwikkeling te kunnen volgen. Maar met de schoolse toetsen uit een leerlingvolgsysteem (een systeem dat veel scholen gebruiken om de voortgang van leerlingen bij te houden) waren veel leraren niet tevreden. De toetsen zijn te veel een momentopname en kunnen daardoor een vertekend beeld geven.

De kleutertoetsen waren al niet verplicht, maar worden nu helemaal uit de leerlingvolgsystemen gehaald. Tegelijkertijd houdt een school of de leraar wel de ruimte voor leraren om de ontwikkeling van kleuters op een andere manier te volgen. Leraren kunnen bijvoorbeeld aan de hand van observaties, gesprekjes of spelletjes nagaan hoe hun kleuters er nu voor staan. Scholen en leraren mogen zelf bepalen op welke manier ze dit willen doen.

De verzamelde informatie kan in het leerlingvolgsysteem worden gezet, zonder dat de kleuter daarvoor zelf een toets hoeft te maken. Op basis van de gegevens kan de leraar bijvoorbeeld besluiten of een kleuter wat extra hulp nodig heeft of wanneer een kleuter naar groep 3 kan. De verwachting is dat de kleutertoetsen vanaf 2021 niet meer in het leerlingvolgsysteem zijn opgenomen. De aanpassing is een uitwerking van een afspraak uit het regeerakkoord.

Laatste noodkreet kinderopvangondernemers in Den Haag
De initiatiefnemers van de campagne Kom op voor Kinderopvang hebben namens een kleine tienduizend ondertekenaars op 3 juli een petitie aangeboden in de Tweede Kamer. Woordvoerders kinderopvang namen de petitie in ontvangst. Een week eerder gingen de kinderopvangondernemers in gesprek met staatssecretaris Tamara van Ark. De ondernemers maken deel uit van een groep die zich veel zorgen maakt over de IKK-kwaliteitsmaatregelen: minder rust op de groepen, hogere kosten voor aanbieders en als gevolg daarvan duurdere en minder toegankelijke kinderopvang voor ouders. Volgens de ondernemers stijgen de kosten veel harder dan tot nu toe wordt beweerd. En dat die rekening uiteindelijk gepresenteerd gaat worden aan ouders.

Universiteiten mogen onderwijs geven in het Engels
De Universiteit Maastricht en de Universiteit Twente mogen hun bacheloropleiding Psychologie ook in het Engels aanbieden. De rechter heeft in een kort geding bepaald dat de universiteiten daarmee niet in strijd zijn met de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). De zaak was aangespannen door de vereniging Beter Onderwijs Nederland, die vindt dat Nederlandse studenten last hebben van de verengelsing in het onderwijs. De kwaliteit van het onderwijs zou erdoor achteruitgaan. Ook zouden Nederlandse studenten meer concurrentie krijgen van buitenlandse studenten bij de toelating tot een opleiding of een universiteit.

De voorzieningenrechter zegt dat de twee universiteiten niet in strijd handelen met de wet. Daarin staat dat onderwijs en examens in principe in het Nederlands worden afgenomen, maar dat daarvan kan worden afgeweken. Volgens de rechter hebben de universiteiten goed duidelijk gemaakt waarom zij de bacheloropleiding Psychologie (ook) in het Engels aanbieden. De universiteiten vinden dat de Engelstalige opleiding goed is voor de kwaliteit van het onderwijs, zeker gezien het internationale karakter van het vakgebied.

De motivering van Beter Onderwijs Nederland was volgens de rechter niet goed genoeg. De vereniging benadrukte in de procedure voornamelijk het algemene belang van onderwijs in het Nederlands en ging volgens de rechtbank niet genoeg in op de specifieke situatie van de opleidingen Psychologie op de beide universiteiten.

Op dit moment is 23 procent van de bacheloropleidingen op Nederlandse universiteiten volledig Engelstalig. In het masteronderwijs is dat zelfs 74 procent. Nederlandse studenten zijn ook steeds vaker in de minderheid in de collegezaal. Dit studiejaar telt ruim 75.000 internationale studenten. Dat aantal is in tien jaar tijd verdubbeld. Uit cijfers van Nuffic, de organisatie voor internationalisering van het onderwijs, blijkt dat bij 210 studies (bijna 10 procent van het totaal) meer buitenlandse dan Nederlandse studenten staan ingeschreven. Dat is veel meer dan in ons omringende landen.

 

Volgens Beter Onderwijs Nederland zetten die Engelstalige opleidingen de kwaliteit van het onderwijs onder druk. Nederlandse docenten en studenten zouden zich lang niet zo goed kunnen uiten in het Engels als in het Nederlands. BON wordt bijgevallen door de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) die teleurgesteld dat er weinig aandacht is van het kabinet voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Engelstaligheid kan een drempel opwerpen voor studenten om aan een opleiding te beginnen. ‘De minister laat het aan opleidingen zelf over of ze verengelsen, maar verzuimt om concrete maatregelen te nemen.’

Hogeschool Saxion middelpunt discussie over Armeense genocide
Nadat hogeschool Saxion in Enschede een stuk over een documentaire over de Aramese genocide in 1915 heeft tegengehouden, hebben CDA en VVD Kamervragen gesteld. Saxion-studente Shayno Numansen trok naar een uithoek van Turkije om een documentaire te maken over de Aramese genocide, maar na thuiskomst hield haar hogeschool een artikel over het project tegen. Het onderwerp lag te gevoelig in de Turkse gemeenschap, kreeg ze te horen. En: ’Soms is veiligheid belangrijker dan vrijheid van meningsuiting’. Veel van Numansens voorouders kwamen om tijdens de moordpartijen in 1915. Shayno Numansen vindt het pijnlijk dat een artikel over haar project werd geschrapt uit angst voor de reacties.

‘Dit is precies wat we niet willen zien op onze scholen: conflicten importeren en dan ook nog een kant kiezen’, reageert VVD-Kamerlid Judith Tielen. ‘Een gigantische gemiste kans om studenten van verschillende afkomst juist in gesprek te laten gaan met elkaar. Dat is namelijk hoe onderwijs in een vrije samenleving werkt.’ Ook CDA’ers Van der Molen en Omtzigt trekken bij minister Van Engelshoven (Onderwijs) aan de bel. ‘Ophef en discussie kunnen toch geen reden zijn om over historische feiten niet te spreken of te schrijven’, zegt Omtzigt.

VTOI-NVTK, Röntgenlaan 19, 2719 DX Zoetermeer
Postbus 275, 2700 AG Zoetermeer
Telefoonummer: 079-3638104
E-mailadres: bureau@vtoi-nvtk.nl